Thomas Verbogt – Hoe alles moest beginnen

2017-09-12 13.47.12

Thomas Verbogt noem ik ook wel de geheime stilist der Nederlandse letteren. Zijn oeuvre – romans, verhalenbundels, toneelstukken– is voorin zijn nieuwste roman opgenomen en is indrukwekkend, toch is hij nog altijd relatief onbekend. Laten we daar verandering in brengen, want ‘Hoe alles moest beginnen’ is weer een erg fijne roman.

‘Hoe alles moest beginnen’ verhaalt over Thomas en Licia, als kinderen twee vrienden die meer dan vrienden zijn: ze gaan een verbond voor het leven aan. Tot dit abrupt eindigt: Licia moet met haar vader mee naar Italië. Wat dan volgt is een dystopie van een vriendschap. Als ze elkaar als twintigers weer tegenkomen is het op een feest dat Licia geeft, en blijkt zij een nieuw leven begonnen terwijl Thomas nog altijd op pauze lijkt te staan: “Ik dacht dat ik min of meer bij mezelf op bezoek ging, maar dat is niet zo. Ik ben bij Licia, die niet zo goed weet wat ze met me moet.” Het leven dat ze verzonnen als kinderen is voorbij, en er een nieuw verzonnen leven moet komen en zonder Licia, maar daar blijft hij zijn hele leven moeite mee hebben. Ziet hij haar als bijna veertiger in een Duits nieuwsitem weer voorbijkomen, rijdt hij meteen naar haar toe. Maar het gaat niet meer; ze hebben verschillende afslagen genomen, de toekomst is toch nog steeds een dystopie. Ze zijn nog verbonden met elkaar, maar er is eigenlijk niets meer dat hen bindt. Toch krijgen ze nog een ontmoeting, als zestigers, hun ouders zijn dood, en Licia keert terug naar hun kinderstad. De cirkel sluit.
Maar lees de drie laatste hoofdstukken toch maar niet, eindes zijn belangrijk, maar soms is de cirkel mooier zonder einde.

‘Hoe alles moest beginnen’ leest vlot, misschien wel wat te vlot. Je huppelt over de regels, tot je struikelt omdat je stappen te groot waren geworden, omdat je regels oversloeg. En dat is jammer, want om terug te komen bij de stilist Thomas Verbogt: er staan parels in deze roman. Neem de allereerste zin: “Het park ruik ik al voordat ik het zie, een geur waarvan ik houd, het is de geur van de dag die nog maar kort geleden begonnen is, er zit licht in en beloftes.” Of de constatering:

‘Ik ben bang dat je je niet geamuseerd hebt,’ zegt ze, niet bezorgd maar constaterend. Ze haalt meteen haar schouders op. ‘Ik kon je niet helpen. Ik moet zelf ook altijd zo mijn best doen. Als iemand me dan vraagt of ik me amuseer, word ik zenuwachtig, want ik weet echt niet hoe dat moet.’ Dit zegt ze allemaal met grote ogen die naar iets in de verte kijken.
            Ik geloof dat ik haar mag, haar manier van praten vind ik aantrekkelijk.
Ik ook, verzucht ik.

Een exemplaar van dit boek werd beschikbaar gesteld door bol.com en dit stuk verscheen ook in het online Lees Magazine van bol.com.

★★★★☆ | Thomas Verbogt | Hoe alles moest beginnen | Nieuw Amsterdam | 2017 | 238 blz. | ISBN 9789046822906

Advertenties

Nhung Dam – Duizend vaders

2017-09-05 11.01.02

‘Duizend vaders’ is een boek dat je langzaam ondertrekt in het verhaal. Na zo’n vijftig bladzijden was ik nog altijd behoorlijk sceptisch, maar dan valt alles toch langzaam op de juiste plaats en maakt het een bijzondere indruk. ‘Duizend vaders’ is een immigrantenverhaal, ja, maar ook wel een coming-of-age-verhaal, zonder dat dat beiden echt duidelijk naar voren komen.

Nhung is de dochter van een Vietnamese familie, aldus de achterflap, maar eigenlijk is ze zonder naam en plaats, we weten enkel dat ze zich aan het einde van de wereld bevindt, in Beiahêm, waar dat dan ook mag liggen. En zonder vader, ook de duizend vaders in de titel bestaan niet, ze heeft enkel een vader in haar fantasie, wat ook haar enige toevluchtsoord is.

Een immigrantenverhaal, maar zonder land van oorsprong en zonder bestemming; we zitten nu in Beiahêm, dat is alles wat we hoeven weten. En Beiahêm wordt langzaam teruggenomen door de zee, wat nationalistische gevoelens losmaakt onder de bewoners. Nhung Dam vangt hier scherp de tijdgeest en dat is de kracht van het immigrantenverhaal van de deze roman; Beiahêm is wat er gebeurt wanneer gewone burgers (pioniers, aldus de vader van Moes, ook zij zijn ooit in Beiahêm aangekomen) bedreigd worden in hun voortbestaan, als het leven een strijd wordt. Maar het is ook een ode aan de verbeelding, want voor Nhung is haar fantasie niet alleen haar enige toevluchtsoord maar haar fantasie is ook werkelijker dan de wereld waarin ze leeft. Ze moet alles aangrijpen in haar fantasie om de echte wereld nog een beetje te begrijpen. Want Beiahêm is een plek waar je moet blijven, omdat je er niet levend aan ontsnapt, alleen haar vader is het gelukt en sindsdien is Beiahêm verkild en bedekt met sneeuw, en “de aanhoudende kou vormde een laagje ijs rondom het hart van de mensen.

Schrijnend is de eenzaamheid waarin Nhung moet proberen op te groeien. Haar vader is weg, haar moeder geestelijk onbereikbaar, niemand waartoe ze zich kan wenden wanneer er beslissingen genomen moeten worden:

Ik wist niet wat ik moest doen. In televisiespellen konden mensen tenminste nog een hulplijn inschakelen. Bellen naar iemand die het goede antwoord wist. Ik was blij dat het er in het echte leven niet aan toeging zoals in de televisieprogramma’s. Ik had een grote flater geslagen als ik de presentator moest vertellen dat ik niemand had om te bellen.

Daarom dat ze zich zo hecht aan die andere vreemdeling die op een dag kwam aangevaren: Amour, liefde als houvast. Of zich richt tot de vader van klasgenoot Moes, die de echte Beiahêmmers, de pioniers, naar veiligheid zal leiden, en haar inpalmt voor zijn eigen plannen, waar Nhung haar afkomst en familie voor moet verraden, het tekent haar verlangen naar hoop.
Die letter verschil trouwens tussen Moes en Moses die het volk zullen leiden lijkt me geen toeval, daarvoor zijn de echte en fantasiewerelden waar Nhung in ronddwaalt te goed doordacht.

‘Duizend vaders’ is een ode aan de verbeelding en de overleving. De magisch-realistische wereld waarin Nhung ronddwaalt is een mooie verbeelding/verwoording van de onzekere en onbegrijpelijke wereld waarin immigranten terechtkomen. Nhung Dam voegt een interessante stem toe aan de groep jonge Nederlandse auteurs.

★★★★☆ | Nhung Dam | Duizend vaders | De Bezige Bij | 2017 | 384 blz. | ISBN 9789023498605

Menno van der Veen – Rimpelgeweld

2017-07-22 13.04.02

‘Rimpelgeweld’ is een plotloos boek, althans ik kon de plot niet vinden. Dat zou er niet moeten toedoen want het is een experimentele roman, en dan gelden andere regels, maar toch, het is een gemis. Met enige moeite kon ik de achterflap: vijf dertigers die samenleven in een landhuis onder de rook van Amsterdam, erin herkennen. Het is duidelijk: in deze roman gaat het enkel om de ervaring.

“Op de koude muren stonden fragmenten van gedichten in blauw krijt geschreven. Richard las er een paar hardop voor:
            ‘Of zal ik over de liefde zingen.’
            ‘Je zoenen zijn zoeter dan/ zoeter dan honing.’
            ‘In gulzige liefde/ verslind ik je/ met huid en hart’
            ‘Ik krijg er/ trek van,’ zei hij.”

Denk aan niet-samenhangende frasen als deze. Wat langer, soms een paar regels, soms een paar bladzijden. Maar hoofdstukken na elkaar deze caleidoscopische flarden. Waar de personages ook nog bewust mee spelen: fragmenten echte verhalen worden gecombineerd waardoor twee nieuwe verhalen ontstaan. Vandaar de caleidoscoop: hoe je erin kijkt bepaalt wat je ziet, en je ziet elke keer wat anders. Dat is wat Menno in ‘Rimpelgeweld’ probeert te doen: een caleidoscopisch experiment met verhalen. Een experiment met taal. Een literair experiment met een omslag erom.

Menno van der Veen breekt wel vakkundig de wand tussen papier en lezer, hij maakt er met nadruk een interactief boek van:

Pak een groot vel papier. Neem een kwast en doop die in een pot zwarte verf. Neem de haren tussen je vingers, trek de kwast naar achter en laat los. Zie je de spetters op het doek? Dat ben ik.

Even verder: “Pak twintig bollen gekleurde wol.” Het is een handleiding in het leren kennen van zijn hoofdpersonages, en wat er in hun hoofden omgaat. Een handleiding en een handreiking: het zorgt er even voor dat je je ergens op kunt richten. Door de spetters zie je het vertellende personage. Net als op het fantastische omslag: je ziet wat je niet ziet: het silhouet is juist zonder de spetters. Maar het plot zie ik in alle afwezigheid en omringd door het experimenteel geweld nog steeds niet. ‘Rimpelgeweld’ blijft voor mij helaas een literair experiment gone wrong.

Een exemplaar van dit boek werd beschikbaar gesteld door Uitgeverij Atlas Contact.

★☆☆☆☆ | Menno van der Veen | Rimpelgeweld | Atlas Contact | 2017 | 176 blz. | ISBN 9789025448820

Lieke Marsman – Het tegenovergestelde van een mens

2017-07-12 15.19.14

 

Als kind hield ik ervan om te fantaseren dat ik een komkommer was.

Dit is de beginzin van Lieke Marsmans debuutroman ‘Het tegenovergestelde van een mens’ en meer hoef ik dan eigenlijk niet meer te zeggen. Laat ik dat toch maar doen, komt-ie:

Meteen hierna zet Lieke zakelijk de eigenschappen van haar hoofdpersonage Ida neer, gewoon een lijstje. Ja, eigenlijk lijkt Lieke deze eerste bladzijden alles anders te doen. En dat blijft ze doen, niet alleen in de toon: alhoewel haar toon heerlijk onderkoeld en humoristisch is, en ze hiermee Ida zichzelf en de wereld laat beschouwen, maar zeker ook in de vorm: korte hoofdstukken, soms een gedicht, en soms iets dat meer lijkt op een essay.

De zakelijke stukken komen dus vaker terug, samen met momenten waarop je niet weet wie dit stuk geschreven heeft, wiens stem hoor je? Soms lijkt het Ida als ze over het klimaat verhaalt, maar soms gaat het juist over Ida; heeft ze het over zichzelf of heeft Lieke haar eigen stem in het geheel? Zo is er een constatering; een overgenomen alinea uit het boek ‘Voyage in the Dark‘ waaruit een gedachte waaiert: hopen op hoop, maar “je moet er wel iets aan doen. Sparen voor een huis bijvoorbeeld. Zwanger raken. Of een stage beginnen, natuurlijk.” waarmee deze gedachte uiteindelijk terugkomt bij ons hoofdpersonage Ida, maar denken wij dit over haar, of denkt zij het zelf? Lieke speelt met taal, met stemmen en zeker ook met de constructie van haar werk.

Lieke Marsmans zinnen zijn gecondenseerd, en ik kan me voorstellen dat dit voortkomt uit haar dichter-zijn; beperkte woorden om veel te zeggen, om precies dat ene te zeggen, zonder ruis. Haar taal is duidelijk en dubbelzinnig tegelijk. Zo ook haar hoofdstukken: niet uitweidend en maar twee, drie bladzijden lang, en toch vol verhaal.

Kom ik nog eens terug op die filosofisch-theologische beschouwingen, want die vormen het hart van de roman. Natuurlijk gaat het ook over de liefde, maar die staat symbool voor het klimaat. Of het klimaat staat symbool voor de liefde: zoveel bedoelingen en betekenissen in deze korte roman. Het staat of valt met de stuwdam, zullen we maar zeggen.

Maar ze weet wat ze doet als ze het heeft over de rol van de mens in klimaatverandering: Naomi Klein speelt terecht een hoofdrol, maar even zo makkelijk beschrijft ze de arrogantie en het centrisme van de mens, de betekenisgeving door de mens aan objecten zoals Kant die bedacht. En bij Meillassoux’ ‘The Great Outdoors‘ moet ik denken aan de boom die omvalt in het bos: als niemand het hoort of ziet, valt die boom dan wel om? als we klimaatverandering ontkennen, bestaat die verandering dan nog wel? we moeten naar die Great Outdoors waarin mens en natuur gelijk zijn en “waarin het menselijk bewustzijn geen rol meer speelt.” En laat dat bewustzijn ons nu ook parten spelen in de liefde, zo is die cirkel weer rond.

Misschien kunnen we in de kano gaan zitten
en wachten tot de rivier alles wegneemt.

★★★★☆ | Lieke Marsman | Het tegenovergestelde van een mens | Atlas Contact | 2017 | 176 blz. | ISBN 9789025446345

Gerda Blees – Aan doodgaan dachten we niet

2017-07-03 10.32.17

Tien verhalen telt het verhalendebuut van Gerda Blees, en daarmee blaast ze me weg. ‘Aan doodgaan dachten we niet’ is een overtuigend debuut. Om wat ze laat zien, maar ook om wat ze niet laat zien; het eerste is natuurlijk haar bijzondere stijl en het laatste is wat ze letterlijk niet laat zien in haar verhalen.

Gerda beschrijft in haar verhalen momenten van scènes. Het zijn geen afgeronde scènes, maar meer inkijkjes; momentopnames, momenten. Ze laat wat zien en keert zich er dan weer vanaf. Maar ook binnen de momenten is niet iedereen zich van alles bewust, dat weten ze en zeggen ze ook zelf:

Sinds ze hier is komen wonen heeft ze zichzelf aangeleerd om selectief te zien. Wel de zilverige stammen van de bomen langs het fietspad naar de stad, de eenden in het slootje, de rimpels die ze door het water trekken. Niet het afval op de oever, de schimmel op de oude nieuwbouwmuren, de bedrijfscontainers aan de andere kant van de weg.

We zien daarom ook niet alles, we willen ook niet alles zien; aan doodgaan dachten we niet, het ongenoemde bestaat niet in het laatste verhaal. “Niemand let op de machine” in het eerste verhaal, en toch weten we allemaal hoe het afloopt, al zien we dat ook niet. Met deze spanning speelt Gerda Blees: niemand ziet de machine en daardoor zien wij de machine juist wel, maar wij kijken alleen toe en zelfs wij niet tot het einde.

Het is nuchter en onderkoeld proza dat Gerda gebruikt, samen met de momentopnamen uit de geschetste scènes leidt dit tot zeer korte verhalen. Maar wel verhalen die indruk maken; koude observaties, neem de opening van ‘Kleine mis’:

Genade. Solenelle mag dan wel zojuist bewusteloos geraakt zijn en het is nog maar de vraag of ze op tijd gevonden wordt, maar daar hoeven we nog niet meteen een drama van te maken. Laten we eerst eens rustig in– en uitademen en kijken wat we zien.

We staan als lezer buiten het verhaal, kijken even mee, kunnen ons niet mengen in wat gaat gebeuren. In de meeste verhalen zien we niet eens duidelijk wát er gebeurt omdat onze blik als is afgewend: selectief zien.

Er is een tweede spanning in de bundel, namelijk het alwetend perspectief en de blik die wij mogen werpen. Wij hangen als lezer en als schrijver boven het verhaal, zien alles, ook wat de personages niet zien: “Niemand let op de machine.” Maar de spanning zit erin dat ook wij vaak niet zien hoe het afloopt; alziend, maar niet alwetend. Gerda toont ons nadrukkelijk het moment, het nu. Wat er in de toekomst gaat gebeuren, kunnen we niet weten, zeker niet als we alleen onze eigen kleine ervaringen hebben zoals de personages in het boek. En voor zover we het verleden al zien, biedt dat geen garanties voor de toekomst. Het gaat alleen maar om het nu; koel en nuchter. Is Gerda emotieloos? Neen, ze registreert en laat onze beperkingen zien, en hoe dat schuurt. En dan creëert zelfs een nuchtere, afstandelijke observatie gevoel.

★★★★★ | Gerda Blees | Aan doodgaan dachten we niet | Uitgeverij Podium | 2017 | 155 blz. | ISBN 9789057598319

Ingrid Jonker – Ik herhaal je

2017-06-02 13.24.45

Ik wil kort wat zeggen over deze bundel, noem het een leeswijzer:

‘Ik herhaal je’ is een bundeling van de poëzie van de Zuid-Afrikaanse dichter Ingrid Jonker en een biografie. En die biografie is met name erg fijn en verhelderend. Lees eerst de gedichten in deze tweetalige bundeling, daarna de biografie. En nu komt-ie: ga dan terug naar de gedichten. Herinner je haar leven en wordt omvergeblazen door haar blik daarop in haar gedichten.

★★★★☆ | Ingrid Jonker | Ik herhaal je | Originele titel: Versamelde Werke | Vertaling: Gerrit Komrij | Biografie: Henk van Woerden | Uitgeverij Podium | 2000 (1994) | 221 blz. | 9789057596049

Herman Koch – Makkelijk leven

2017-03-31 14.26.37

Tom is een zelfhulpboeken-goeroe, een wereldwijd succes met meer dan 40 miljoen exemplaren verkocht, zegt hij ons in de eerste zinnen zelf al. De paniek sloeg hier meteen toe, dit wordt zelfhulp-gezever van een betweter. Arjan Peters vatte de toon al mooi samen: “een geduldige zeiktoon die het type eigen is.

Na een inleiding waarin hij ons nog vertelt hoe gewoon hij is gebleven (niet vreemd denkt de lezer, want deze saaie zeikerd kan simpelweg niet opgewonden raken) gaat het verhaal van start als zijn ongeliefde schoondochter (van zijn geliefde jongste zoon) aangeslagen én geslagen voor de deur staat. Tom belooft met zijn zoon te spreken, maar dat gaat wel in tegen de lessen uit zijn eigen zelfhulpboek ‘Makkelijk leven’ dus maakt hij toch zijn schoondochter maar tot een project. Een project waarin hij zijn eigen, kortzichtige, tips kwijt kan.

Als het verhaal zich ontvouwt blijkt echter dat deze zelfhulp-goeroe niet eens zichzelf kan helpen. Ontduik de verantwoordelijkheid, relativeer, praat recht, dat is wat Tom preekt en probeert, want “wat heb je in godsnaam gedaan om hem zover te krijgen?” vraagt hij zijn schoondochter in stilte. Maar het is niet overtuigend, Tom weet de lezer niet mee te krijgen in zijn rechtspraak: dit is niet goed te praten en zijn liefste zoon is gewoon een vrouwenmepper.

Daar gaat het mis, Koch weet niet te overtuigen en wat de lezer in Tom ziet is juist een inconsistente zelfhulp-goeroe. De eenvoudige helderheid die hij preekt volgt hij zelf niet, want hij doet is niet het logische, is niet de makkelijke weg. Nietsdoen is moreel verwerpelijk, maar volgens zijn eigen regels:
3 Laat de tijd zijn werk doen
4 Vermijd waar mogelijk een ingreep
Zijn moreel kompas draait alle kanten op en zijn eigen zelfhulpboek (ook ‘Makkelijk leven’ getiteld) kan bij het oud-papier, hij kan het zelf niet eens toepassen.

‘Makkelijk leven’ is een licht vermakelijk boek, de zelfhulpcliché’s blijven niet achterwege. Leuk/vermakelijk is nog wel hoe Herman/Tom dit boek beschrijft: “een paar hoofdstukken die ik vandaag de dag aan ‘Makkelijk leven’ zou kunnen toevoegen.” Een addendum dat het voorgaande zelfhulpboek ‘Makkelijk leven’ omver werpt. Na dit addendum herhaalt hij nog eens zijn elf tips, zodat wij echt niet om wat hij in de voorgaande 90 bladzijden gedaan heeft, heen kunnen.

★★☆☆☆ | Herman Koch | Makkelijk leven | CPNB/Ambo|Anthos | Boekenweekgeschenk 2017 | 96 blz. | ISBN 9789059654112