Haruki Murakami – De moord op Commendatore deel 1: Een Idea verschijnt

2017-12-05 17.24.47

Het leek gewoon een korte droom te zijn geweest. Maar ik wist al te goed dat het geen droom was. Als het een droom was, zou deze hele wereld waarin ik leefde één grote droom worden.

In de eerste bladzijden van ‘De moord op Commendatore’ is meteen weer duidelijk waar het ook in Haruki Murakami’s nieuwe, grootse roman om draait: de onduidelijke, maar ontegenzeggelijke overgang van onze werkelijkheid naar een droomwerkelijkheid. In de zeer normale wereld van onze naamloze zesendertigjarige portretschilder komen de droomelementen steeds terug.

Dat het in ons leven regelmatig voorkomt dat de grens tussen werkelijkheid en onwerkelijkheid niet zo makkelijk te vatten is.

Maar het begon allemaal met de raadselachtige buurman Menshiki op een bergtop. En met het schilderij ‘De moord op Commendatore’ van de nihonga-schilder Tomohiko Amada in wiens huis en atelier ons hoofdpersonage na wat omzwervingen door Japan nu verblijft. Oh, en met een bel waarmee midden in de nacht ergens vanuit de achtertuin gerinkeld wordt. Menshiki en de schilder komen voor raadselachtige antwoorden te staan als ze op zoek gaan.

Voor de Murakami-liefhebber zijn er altijd weer de herkenbare elementen –vergeet de Murakami bingo van Grant Snider hieronder niet. Zo komt een kattengezin al vroeg langs en ook de fascinatie voor oren zagen we eerder. Vreemde namen: check –Yuzu–, de diepe put in zijn achtertuin, en de oude jazzplaat –Thelonious Monks ‘Monk’s Music’ alhoewel er in deze Commendatore-roman vooral plek is voor oude operaplaten– komen ook voorbij. En natuurlijk dingen die verschijnen; het zit al in de ondertitel: ‘Een Idea verschijnt’. Uit de put komt een Idea, een soort geest, tevoorschijn in de gedaante van de Commendatore op het eerdergenoemde schilderij.

Ook Murakami’s schrijven is weer herkenbaar: vaak korte en eenvoudige zinnen, en Murakami wil nogal eens verzinken in cliché’s: “De mededeling kwam volkomen onverwacht, als een donderslag bij heldere hemel.” Zo makkelijk ook leest dit boek weg.

Maar zo doe ik deze roman geen eer aan, want het raakt zeker grotere thema’s aan; zo spelen relaties –en ook verbroken relaties zoals die van de protagonist– een duidelijke rol: terwijl onze protagonist dus na zes jaar alleen verder moet, probeert zijn buurman contact te krijgen met zijn buurmeisje dat misschien zijn dochter zou kunnen zijn. Onmogelijke relaties, we zien het eigenlijk vaker bij Murakami, maar ook relaties met het verleden: het hoofdpersonage dat terugkijkt op een vormende periode uit zijn leven. In ‘De moord op Commendatore’ is er ook ruimte voor de wereldgeschiedenis: de Anschluss en een mogelijk complot tegen de Duitse overheersers in het Wenen van 1938.
Murakami mag dan qua vreemde werkelijkheden terugschroeven naar droomwerkelijkheden –en niet naar parallelle werelden als in 1Q84–, maar hij geeft sommige personages –en daarmee het verhaal­– stevig wat voorgeschiedenis mee. Alleen Menshiki blijft een flamboyante, rijke en vooral erg raadselachtige buurman.

Het vervelende echter is dat het een onaf verhaal blijft. Een Idea verschijnt is een voorspel. Ik dacht terug aan de laatste keer dat ik in een bioscoop zat –‘Dunkirk’– en midden in Kenneth Brannagh’s tekst het scherm op zwart en het licht aan ging: weg spanningsboog. Tja, dit wanuitgeefbeleid van AtlasContact kost Murakami toch een ster: want wacht maar anderhalve maand en geef nog eens dertig euro, zegt de uitgever. (Ik kom natuurlijk gewoon in januari bij jullie terug voor een bespreking van ‘Metaforen verschuiven’.)

Deze bespreking verscheen ook in het online Lees Magazine van bol.com, en een exemplaar van het boek werd beschikbaar gesteld door bol.com en uitgeverij AtlasContact.

★★★☆☆ | Haruki Murakami | De moord op Commendatore deel 1: Een Idea verschijnt | Originele titel: Kishidanchogoroshi | Vertaling: Elbrich Fennema & Luk Van Haute | Uitgeverij AtlasContact | 2017 (2017) | 508 blz. | 9789025451349

Advertenties

Arthur Japin – Kolja

2017-09-25 13.52.26

Zes november 1893 keert Kolja terug in het huis van de broers Tsjaikovski waar de oudste broer, Petja, net is overleden. Overleden onder bijzondere en bedenkelijke omstandigheden, en dat geeft Arthur Japin de ruimte om in ‘Kolja’ zijn alternatieve geschiedenis te vertellen.

Want Japin doet waar hij goed in is: het ongemerkt verweven van historische waarheid en fictie tot historische fictie. Zo deed hij dit eerder in onder meer ‘Vaslav’ dat verhaalde over de balletdanser Vaslav Nijinksy, waarin hij ook een open plek in de geschiedenis opvult met zijn eigen verhaal. Ook het overlijden van de grootse Russische componist Pjotr Iljitsj (Petja­) Tsjaikovski kent lege plekken die Japin vakkundig en geloofwaardig opvult.

Met het is meer dan een detectiveverhaal, want hoewel de tragische dood van Petja de spil is in deze roman, gaat het vooral om Kolja. Een doofstomme jongen met wie wij en Modest (Modja­) Tsjaikovski in 1875 kennismaken. Modja is Petja’s jongere broer, en het is mooi hoe Japin in deze roman over de grootse componist, juist Modja en Kolja in het middelpunt zet en hen zo gebruikt om over Petja’s leven te verhalen. Kolja dus, hij is acht jaar en al helemaal uit de wereld teruggetrokken, wanneer Modja hem onder zijn hoede neemt. Samen met de jonge gouvernante juffrouw Sofja Jersjova vormt Modja Kolja’s echte, liefdevolle gezin, en gaan ze de uitdaging aan Kolja taal en woorden te leren. En al die tijd schrijft Modja cahiers vol over de lessen en vooruitgang van Kolja, over het nieuwe gezin en over Petja die daarin af en toe binnenwandelt. Modja’s eerste regels op die 12de december 1875:

De jongen gezien. Het zal niet meevallen. Hij hoort niet, spreekt niet; lezen of schrijven kan hij evenmin. Van het hele concept taal geen notie.

Arthur Japin vertelt de verhaallijnen afwisselend: dan weer lopen we met Kolja mee in de drie dagen na Petja’s dood tot de staatsbegrafenis om de waarheid te achterhalen, om daarna in Modja’s cahiers door de jaren heen –van 1875 tot negen november 1893, de dag van de begrafenis– te lezen hoe Kolja opgroeide en taal leerde gebruiken. Maar uit Modja’s aantekeningen blijkt ook, en dat is zo mooi, dat Petja naast het componeren van fantastische stukken een historisch minder belicht en kleurrijk leven had.

Laat het maar aan Arthur Japin over om van historische figuren mensen te maken. Hij heeft met ‘Kolja’ een grootse en menselijke historische roman afgeleverd. En vergeet niet af en toe een mooie zin te onderstrepen als: “Lippen die je kussen, hoef je niet te lezen.

Deze bespreking verscheen ook in het online Lees Magazine van bol.com, en een exemplaar van het boek werd beschikbaar gesteld door bol.com en uitgeverij De Arbeiderspers.

★★★★☆ | Arthur Japin | Kolja | De Arbeiderspers | 2017 | 344 blz. | ISBN 9789029509916

Carlos Ruiz Zafón – Het labyrint der geesten

2017-11-10 10.56.34

Wij hebben nog veel geschiedenis te schrijven, Daniël, en wat ons te wachten staat is geen kinderspel.” Dit zegt Fermín Romero de Torres op de eerste bladzijden: welkom in het laatste boek in het vierluik rond het Kerkhof der Vergeten Boeken. Volgen jullie me het mysterie in?

In ‘Het labyrint der geesten’ komen we een hoop bekende personages weer tegen. Uiteraard de familie Sempere: de jonge Sempere uit ‘Het spel van de engel’ is nu de oude Sempere, en de jonge Daniël uit ‘De schaduw van de wind’ is nu de vader van de jonge Julián, die met gemak alle aandacht en liefde steelt. De nog even breedsprakige held –maar met een verleden, zagen we in ‘De gevangene van de hemel’– Fermín Romero de Torres zorgt weer voor de komische noten. Maar de ware held in dit laatste deel is toch echt: Alicia Gris.

Alicia Gris is waarschijnlijk een geheim agente buiten het systeem, haar volharding en grenzeloosheid zorgen dat zij verder gaat dan elke ander. Ze is dus de aangewezen persoon om de verdwenen minister van cultuur Mauricio Valls op te sporen. Geliefd en gewaardeerd, maar al jaren publiek teruggetrokken en nu verdwenen. Of zoals wij hem kennen uit het vorige deel: als meedogenloze en gehate gevangenisdirecteur.

Het spoor leidt Alicia terug naar Barcelona, een stad die voor haar vol pijnlijke oorlogsherinneringen zit. Een spoor dat ook naar de Sempere’s en hun boekhandel leidt. Omdat Daniël Sempere nog altijd het leven en vooral de jonge dood van zijn moeder Isabella ontleedt, raken hun sporen steeds verder verweven, zoals alle delen in het Kerkhof der Vergeten Boeken met elkaar verweven zijn.

Zafón is barok, bij hem ademen de personages een gecultiveerde hartelijkheid en professionaliteit uit van een superieure blend; Zafón proeft als exclusieve koffie. En we pikken het, want eigenlijk is het wel erg mooi en duidelijk: de rijkdom en grandeur van een personage zijn bij hem in enkele zinnen geschetst. De eerdere personages kregen al een ontwikkeling mee, maar wat Zafón nu met Alicia doet is haar diepte geven terwijl de rol van haar personage duister blijft. Een fantastisch en gecompliceerd personage om als lezer mee weg te lopen.

Tot slot nog even terug naar de vorige delen in het vierluik, want hoewel ingenieus verweven zijn het ook losstaande en zeer verschillende boeken. We gingen van een coming-of-age-verhaal naar een heerlijke gothic novel, tussendoor kwam een historisch verhaal, en nu in ‘Het labyrint der geesten’ duiken we een mysterie in. Allemaal in het heerlijke universum van het Kerkhof der Vergeten Boeken, laten we daar Zafóns vierluik ook in verstoppen zodat het lang, lang bewaard zal blijven.

Deze bespreking verscheen ook in het online Lees Magazine van bol.com en een exemplaar van het boek werd beschikbaar gesteld door bol.com en uitgeverij Signatuur.

★★★★☆ | Carlos Ruiz Zafón | Het labyrint der geesten | Originele titel: El Laberinto de los Espíritus | Vertaling: Nelleke Geel | Uitgeverij Signatuur | 2017 (2016) | 846 blz. | 9789056725815

Carlos Ruiz Zafón – De gevangene van de hemel

2017-11-01 10.58.18

‘De gevangene van de hemel’ is een tussenboek, maar wel een noodzakelijk tussenboek. Nu ik het vierluik kort achter elkaar lees voor deze terugblikken, merk ik het echt op: deze boeken zijn delen in een groter verhaal in het universum van het Kerkhof der Vergeten Boeken. De wereld van Daniël Sempere, Fermín Romero de Torres, Julián Carax en David Martin. De werelden rond deze helden en de vergeten boeken zijn nauwer verweven dan we eerder dachten.

Dit derde deel pakt op in 1957, wanneer Barcelona en Spanje nog altijd gevangen zijn in het Franco-tijdperk. Maar ook voor de boekhandel Sempere en Zoon zijn het zwarte tijden, al weet de oude Sempere dat tij te keren met een –in alle eerlijkheid– afzichtelijke kerststal. Maar belangrijker voor het verhaal is de komst van een sinistere, verminkte man die ongezien een kostbaar boek koopt voor hij “die terugkeerde uit de doden,” zoals hij erin schrijft: Fermín Romero de Torres. De legendarische charmeur staat ook op de drempel van het huwelijk, maar zijn verleden achtervolgt hem.

Fermín belandde voor Daniël hem in ‘De schaduw van de wind’ tegenkwam, in 1939 in de ijzingwekkende kerkers van kasteel Montjuïc. De tegenstanders van het regime die hier zitten vallen onder Mauricio Valls, een mislukte aspirant-schrijver die maar al te graag naam wilt maken in het literaire en culturele circuit in Spanje. Een andere van zijn gevangenen is de gevierde schrijver David Martín, het hoofdpersonage in het vorige deel: ‘Het spel van de engel’. Zijn medegevangenen horen hem vaak praten met ene Corelli, wie dat ook moge zijn. Duidelijk is dat deze gevangene nog een belangrijk verhaal waarin een engel figureert in zich heeft.

Schrijnend prachtig is deze persoonlijke geschiedenis van Fermín gedurende het Franco-regime. Na de eerdere gothic novels en de magisch realistische invloeden is ‘De gevangene van de hemel’ een pure historische roman. Opvallend zijn de kortere hoofdstukken wanneer je ze vergelijkt met de voorgaande twee delen. De reden hiertoe is inhoudelijk niet altijd duidelijk, maar het maakt het boek wel wat sneller. Want de wereld rond het Kerkhof der Vergeten Boeken mag duisterder zijn geworden, verslavend is zij nog steeds. En nu wachten op het afsluitende deel waarin we onze personages weer naast en tegenover elkaar zullen zien staan in een veelbelovende finale.

Laat ik dan nu nog afsluiten met de bekende en beloftevolle frasen die we ook in dit deel terughoren:

‘Wat u vandaag gaat zien mag u aan niemand vertellen, Fermín. Aan niemand…’
‘Zelfs niet aan Bernarda?’

Deze bespreking verscheen ook in het online Lees Magazine van bol.com.

★★★★☆ | Carlos Ruiz Zafón | De gevangene van de hemel | Originele titel: El Prisionero del Cielo | Vertaling: Nelleke Geel | Uitgeverij Signatuur | 2012 (2011) | 318 blz. | 9789056724559

Carlos Ruiz Zafón – Het spel van de engel

2017-11-01 10.58.12

Ook ‘Het spel van de engel’, horen we de bekende woorden wanneer we binnentreden in het fabelachtige Kerkhof der Vergeten Boeken:

‘Wat je vanavond zult zien mag je aan niemand vertellen.’
‘Zelfs niet aan Semper junior?’
Ik zuchtte.
‘Natuurlijk wel. Hem kun je alles vertellen. Voor hem hebben we bijna geen geheimen.’

Het is David Martín die deze keer deze woorden uitspreekt na zo’n vijfhonderd bladzijden in de beste gothic novel-traditie. Martín is ons hoofdpersonage in het tweede deel in het vierluik rond het Kerkhof der Vergeten Boeken dat eerder speelt dan zijn voorganger, ‘De schaduw van wind’, namelijk in de roerige jaren twintig. Martín verliest al vroeg zijn ouders, en net als Daniel Sempere vindt hij troost in boeken, boeken die hij vaak krijgt van de oude Sempere in de bekende boekhandel Sempere en Zoon. Vooralsnog werkt-ie bij een krant aan kleine ongeïnspireerde artikelen, maar na aandringen van zijn peetvader de rijke Pedro Vidal mag hij een feuilleton schrijven voor die krant. En komt-ie nog later onder wurgcontract bij twee louche uitgevers voor een pulp-boekenreeks. Maar alles verandert na een ontmoeting met de Parijse uitgever Andreas Correlli.

Correlli is de gevallen engel in persoon, de duivel die net als Faust de jonge Martín zijn ziel laat verkopen. Martín moet voor hem een nieuwe religie schrijven; een verhaal waar men voor zal leven, sterven en doden. Een oude opdracht, want het boek dat Martín uit het Kerkhof adopteert –zoals de gewoonte is– is de ‘Lux Aeterna’ van D.M. wat wel erg lijkt op wat onze D.M. ook moet schrijven: en zie, het plot ontwaakt. Zafón zet erg veel plotlijnen uit en de intriges zijn zo ingewikkeld met elkaar verweven dat de geloofwaardigheid soms wankelt; als dat onthullende hoofdstuk dramatisch natuurlijk fantastisch.

Kortom: ‘Het spel van de engel’ is een heerlijke gothic novel van weleer met duistere intriges. Een duistere sfeer ook die oprijst uit het rauwe Barcelona van de jaren twintig. Misschien nog wel beter dan in het eerste deel ‘De schaduw van de wind’ komt hier de mix van jaren twintig werkelijkheid en een magisch realistische intrige over. Is er dan niets op aan te merken? Ja, toch wel, soms vraagt de roman wel erg veel van de verbeelding; ik noem een tumor die als een spin uit een hoofd komt kruipen, en naar het einde toe wordt het allemaal wel erg veel actiegeweld waardoor de diepte uit de roman gaat.

Tot slot de beginzinnen, want die waren in dat eerste deel zo prachtig. En ook nu weer, want het is een inzicht dat zeker ná lezing van de roman echt binnenkomt: de prijs van je naam gedrukt op een boek kan onmogelijk en ongelooflijk hoog zijn:

Een schrijver vergeet nooit de eerste keer dat hij een paar munten of een loftuiting accepteert in ruil voor een verhaal. Nooit vergeet hij de eerste keer dat het zoete gif van ijdelheid in zijn bloed voelt en gelooft dat, als hij er maar in slaagt zijn gebrek aan talent voor iedereen verborgen te houden, de droom van de literatuur in staat zal zijn hem een dak boven het hoofd te verschaffen een warme maaltijd aan het einde van de dagen, waar hij het meest naar hunkert: zijn naam gedrukt op een miezerig stuk papier dat ongetwijfeld langer zal leven dan hij.

Deze bespreking verscheen ook in het online Lees Magazine van bol.com.

★★★☆☆ | Carlos Ruiz Zafón | Het spel van de engel | Originele titel: El Juego del Ángel | Vertaling: Nelleke Geel | Uitgeverij Signatuur | 2009 (2008) | 552 blz. | 9789056723156

Carlos Ruiz Zafón – De schaduw van de wind

2017-11-01 10.58.04

Met het boek ‘De schaduw van de wind’ uit 2001 begon de saga of het vierluik rond het nu wereldberoemde Kerkhof der Vergeten Boeken, dat met haar zalen en gangen diep verborgen in oud-Barcelona ligt. Hier begon ook de epische zoektocht naar de schrijver Julián Carax en zijn ‘De schaduw van de wind’. Het boek dat Daniël Sempere adopteerde. Of andersom.

Nog steeds herinner ik me de ochtend dat mijn vader me voor het eerst meenam naar het Kerkhof der Vergeten Boeken. De eerste dagen van de zomer van 1945 regen zich aaneen en we wandelden door de straten van een Barcelona gevangen onder een asgrijze hemel, met een waterig zonnetje dat over de Rambla de Santa Mónica stroomde als een guirlande van vloeibaar koper.

Daniël Sempere is haast elf en alleen met zijn vader en zijn onzichtbare vrienden uit de boeken die hij leest en herleest (net als wij de saga rond het Kerkhof zullen lezen en herlezen) als zijn vader hem meeneemt naar het Kerkhof der Vergeten Boeken. Zafón creëert een wereld in het Barcelona uit de jaren vijftig waarin we willen blijven, zelfs al is het tegen de achtergrond van het Spanje na de Tweede Wereldoorlog dat nog altijd gebukt gaat onder het Franco-regime. Want het is ook waar wij onzichtbare vrienden voor het leven maken: de jonge romantische Daniël Sempere natuurlijk, de legendarische charmeur Fermín Romero de Torres, de beeldschone Beatriz Aguilar, noem ze.

Steeds meer geïntrigeerd door het boek en diens schrijver Julián Carax raken Daniël en Fermín, die ook een uitmuntende speurder blijkt, verwikkeld in Carax verleden. Op jacht naar zijn oeuvre, lijkt iedereen die ze ontmoeten er wel wat mee te maken te hebben. Maar er is ook tegenwerking, er duikt een geheimzinnig personage uit Carax’ boek op, en iemand is vastberaden zijn oeuvre tot het laatste boek te verbranden. Honderden, duizenden bladzijden die van hun toekomst worden bestolen, als Daniël ze niet verzamelt en bewaart in het verborgen Kerkhof.

‘De schaduw van de wind’ heeft alles: een coming-of-age-verhaal en een eerste verliefdheid, en mysterie en een duistere achtervolging. Verbeeldingskracht, de hoop en het geloof in boeken, en dan ook nog de prachtige zinnen als de beginzinnen hierboven die uit Zafóns pen vloeien. ‘De schaduw van de wind’ is alles waar een boekenliefhebber van droomt, en net als Daniël worden wij het boek ‘De schaduw van de wind’ ingetrokken, de wereld van Carax of de wereld van Zafón in.

Deze bespreking verscheen ook in het online Lees Magazine van bol.com.

★★★★☆ | Carlos Ruiz Zafón | De schaduw van de wind | Originele titel: La Sombra del Viento | Vertaling: Nelleke Geel | Uitgeverij Signature (nu: Uitgeverij Signatuur) | 2004 (2001) | 543 blz. | 9056720783

Thomas Verbogt – Hoe alles moest beginnen

2017-09-12 13.47.12

Thomas Verbogt noem ik ook wel de geheime stilist der Nederlandse letteren. Zijn oeuvre – romans, verhalenbundels, toneelstukken– is voorin zijn nieuwste roman opgenomen en is indrukwekkend, toch is hij nog altijd relatief onbekend. Laten we daar verandering in brengen, want ‘Hoe alles moest beginnen’ is weer een erg fijne roman.

‘Hoe alles moest beginnen’ verhaalt over Thomas en Licia, als kinderen twee vrienden die meer dan vrienden zijn: ze gaan een verbond voor het leven aan. Tot dit abrupt eindigt: Licia moet met haar vader mee naar Italië. Wat dan volgt is een dystopie van een vriendschap. Als ze elkaar als twintigers weer tegenkomen is het op een feest dat Licia geeft, en blijkt zij een nieuw leven begonnen terwijl Thomas nog altijd op pauze lijkt te staan: “Ik dacht dat ik min of meer bij mezelf op bezoek ging, maar dat is niet zo. Ik ben bij Licia, die niet zo goed weet wat ze met me moet.” Het leven dat ze verzonnen als kinderen is voorbij, en er een nieuw verzonnen leven moet komen en zonder Licia, maar daar blijft hij zijn hele leven moeite mee hebben. Ziet hij haar als bijna veertiger in een Duits nieuwsitem weer voorbijkomen, rijdt hij meteen naar haar toe. Maar het gaat niet meer; ze hebben verschillende afslagen genomen, de toekomst is toch nog steeds een dystopie. Ze zijn nog verbonden met elkaar, maar er is eigenlijk niets meer dat hen bindt. Toch krijgen ze nog een ontmoeting, als zestigers, hun ouders zijn dood, en Licia keert terug naar hun kinderstad. De cirkel sluit.
Maar lees de drie laatste hoofdstukken toch maar niet, eindes zijn belangrijk, maar soms is de cirkel mooier zonder einde.

‘Hoe alles moest beginnen’ leest vlot, misschien wel wat te vlot. Je huppelt over de regels, tot je struikelt omdat je stappen te groot waren geworden, omdat je regels oversloeg. En dat is jammer, want om terug te komen bij de stilist Thomas Verbogt: er staan parels in deze roman. Neem de allereerste zin: “Het park ruik ik al voordat ik het zie, een geur waarvan ik houd, het is de geur van de dag die nog maar kort geleden begonnen is, er zit licht in en beloftes.” Of de constatering:

‘Ik ben bang dat je je niet geamuseerd hebt,’ zegt ze, niet bezorgd maar constaterend. Ze haalt meteen haar schouders op. ‘Ik kon je niet helpen. Ik moet zelf ook altijd zo mijn best doen. Als iemand me dan vraagt of ik me amuseer, word ik zenuwachtig, want ik weet echt niet hoe dat moet.’ Dit zegt ze allemaal met grote ogen die naar iets in de verte kijken.
            Ik geloof dat ik haar mag, haar manier van praten vind ik aantrekkelijk.
Ik ook, verzucht ik.

Deze bespreking verscheen ook in het online Lees Magazine van bol.com en een exemplaar van het boek werd beschikbaar gesteld door bol.com en uitgeverij Nieuw Amsterdam.

★★★★☆ | Thomas Verbogt | Hoe alles moest beginnen | Nieuw Amsterdam | 2017 | 238 blz. | ISBN 9789046822906